Vangen van verwilderde duiven met vangkooien

14-02-2014

Graag brengen wij het vangen van verwilderde duiven met vangkooien onder uw aandacht. Onlangs is een NVPB-lid aangesproken door een bijzondere opsporingsambtenaar (boa) van de provincie. Het gebruik van vangkooien voor verwilderde duiven zou op grond van de Flora- en faunawet niet toelaatbaar zijn en de vangkooien zijn in beslag genomen. Hieronder een korte toelichting op de regelgeving.

Rotsduif is geen beschermde diersoort

Op grond van de Flora- en faunawet gelden er diverse verboden ten aanzien van bedreigde inheemse diersoorten, zoals een verbod op het doden en vangen van deze diersoorten. De rotsduif (Columba livia) valt hier echter niet onder (zie art. 4, sub c, Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet). Andere duivensoorten kunnen wel beschermd zijn en mogen slechts onder beperkte omstandigheden worden bestreden, maar die uitleg voert te ver voor dit artikel.
 

Het gebruik van vangkooien is gereguleerd

Naast de bescherming van bepaalde diersoorten, regelt de Flora- en faunawet ook het gebruik van bepaalde vangmiddelen. De vangkooi is er hier een voorbeeld van. Omdat vangkooien vaak worden gebruikt in het kader van het stropen van dieren, is het uitgangspunt dat buiten gebouwen niemand een vangkooi bij zich mag hebben. Echter, op grond van de Flora- en faunawet zijn er toch diverse mogelijkheden, die bestaan uit een vrijstelling of een ontheffing.


Vrijstelling Minister

De vrijstelling is in lagere regelgeving nader uitgewerkt (Art. 16f van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten). Deze vrijstelling houdt in dat je wel vangkooien in bezit mag hebben voor het vangen van verwilderde duiven (Columba livia forma domestica) binnen de bebouwde kom.
 

Vrijstelling Gedeputeerde Staten

Ook de provincie (Gedeputeerde Staten) kan een vrijstelling geven aan bepaalde (categorieën) personen. Deze vrijstelling kan dus wel per provincie verschillen. Voor het verlenen van de vrijstelling stelt de wet een aantal algemene randvoorwaarden. In de eerste plaats moet er geen sprake zijn van een andere bevredigende oplossing voor het vangen van de duiven. Daarnaast mag de vrijstelling alleen worden verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van de instandhouding van de soort. De provincie kan bovendien het hebben van een faunabeheerplan verplicht stellen. Daarnaast mag de vrijstelling alleen worden verleend voor een beperking van de stand op basis van één van de volgende gronden:

• in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid;

• in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

• ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen,
  bedrijfsmatige visserij en wateren; of

• ter voorkoming van schade aan flora en fauna.


Ontheffing Dienst Regelingen

De laatste mogelijkheid is dat er een ontheffing wordt verleend door de Minister. Dit betreft maatwerk en moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. De ontheffing wordt alleen verleend indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Dit moet met voldoende zekerheid door de Dienst Regelingen kunnen worden vastgesteld. Voor het verlenen van de ontheffing geldt bovendien dat geen sprake mag zijn van onnodig lijden van dieren. De ontheffing kan met behulp van dit formulier worden aangevraagd. Hieraan zijn wel kosten verbonden.


Tot slot

De NVPB hoopt met deze uiteenzetting enige duidelijkheid te scheppen in de veelheid van regels voor het vangen van verwilderde duiven met vangkooien. Het is dan ook verstandig altijd contact te zoeken met de provincie en/of gemeente waarin u uw werkzaamheden gaat verrichten en u goed te laten informeren. Dit belang wordt onderstreept door het feit dat overtreding van de Flora- en faunawet tot een strafrechtelijke vervolging kan leiden.


Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u contact met ons opnemen.




Nieuwsarchief