Onderzoekers en NVPB delen visie op plaagdierbeheersing

29-08-2014
De NVPB is van mening dat in Nederland structureel onderzoek moet worden verricht naar resistentie van knaagdieren tegen biociden. De NVPB ziet het als een verantwoordelijkheid van de branche om hieraan een bijdrage te leveren in de vorm van het meewerken van leden aan dergelijk onderzoek. Het is de verantwoordelijkheid van overheidspartijen om dergelijk onderzoek te initiëren en mogelijk te maken. Tijdens een overleg met onderzoekers van de WUR is hier onder meer over gesproken.

Gedeelde visie
Joan Schouten (NVPB voorzitter Technische Commissie) en Bastiaan Meerburg en Theo van der Lee (WUR) hebben tijdens een prettig gesprek gesproken over de ontwikkelingen op het gebied van plaagdierbeheersing. De NVPB en de onderzoekers vinden dat het waardevol wanneer structureel overheidsbeleid wordt vastgesteld voor verantwoord plaagdiermanagement, waarin aandacht uitgaat naar de risico's die plaagdieren met zich meebrengen. Daarin moet ook rol zijn weggelegd voor het verrichten van onderzoek naar resistentie-ontwikkeling in Nederland. Vanuit hun rol leveren de onderzoekers graag een bijdrage door bij diverse stakeholders draagvlak te creëren voor een verantwoorde plaagdierbeheersing.

Buitengebruik
De NVPB heeft de uitgangspunten van het IPM-protocol voor buitengebruik toegelicht. Daarin is ook een belangrijke rol gelegd voor onderzoek en monitoring van resistentie-ontwikkeling. De uitgangspunten zijn door de Meerburg en Van der Lee goed ontvangen. Zij delen dezelfde visie als de NVPB met betrekking tot het terugdringen van rodenticiden gebruik. Ja, waar het kan, maar oog houden voor de realiteit en de problematiek die momenteel in Nederland aanwezig is. De onderzoekers hebben aangegeven graag een bijdrage te willen leveren aan de wetenschappelijke onderbouwing die nodig is voor de uitwerking van IPM.

WUR-onderzoek naar de resistentie van de bruine rat in Nederland
Ook is gesproken over het in 2012 uitgevoerde onderzoek naar de resistentie van de bruine rat in Nederland. De NVPB zet twijfels bij de betrouwbaarheid van het onderzoek, omdat op basis van beperkte gegevens per regio conclusies over resistentie werden getrokken. De onderzoekers onderkenden dat de ingezonden monsters per regio soms beperkt waren, maar dit is in de conclusies ook geadresseerd. Het kan wel zijn dat vervolgens de gegevens in de praktijk verkeerd worden geïnterpreteerd. In het onderzoek is bijvoorbeeld aangetoond dat in bepaalde regio's sprake is van ratten die verminderd gevoelig zijn voor bromadiolon. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat sprake is van een verhoogd risico op resistentie-ontwikkeling in die regio. Er wordt niet aangenomen dat ten aanzien van de gehele rattenpopulatie in de regio sprake is van resistentie.

Toekomstig onderzoek
Momenteel wordt door de WUR geen onderzoek verricht naar resistentie van knaagdieren. Wel zijn er nieuwe onderzoeksmethodieken en -technieken beschikbaar, waardoor binnen enkele dagen resistentieontwikkeling kan worden vastgesteld. Positief bijgevolg is ook dat de kosten hiervan beperkt zijn. In de ogen van de NVPB is het aan het Ministerie van I&M om opdracht te geven tot nader onderzoek naar resistentie.


Nieuwsarchief