Conclusies netwerkbijeenkomst buitengebruik en doorvergiftiging

13-03-2015
Op 5 maart jl. vond een NVPB netwerkbijeenkomst plaats over de ontwikkelingen rondom het buitengebruik van rodenticiden en het Alterra onderzoek naar doorvergiftiging. De belangrijkste zaken kunt u hier teruglezen.

De netwerkbijeenkomst stond in het teken van risico’s van doorvergiftiging van rodenticiden voor niet-doelsoorten en predatoren. Prof. ir. Nico van den Brink, toxicoloog aan de Wageningen UR heeft kort geleden een rapport gepubliceerd over risico’s van anticoagulantia voor niet-doelsoorten. Hij onderzocht of en in welke hoeveelheid een aantal vogels die muizen en ratten eten, rodenticiden in zich hebben. Dat is interessant, omdat dit onderwerp nauw samenhangt met de inspanningen van de NVPB voor het ontwikkelen van een IPM methode voor buitengebruik van rodenticiden en borging van die werkwijze. Doorvergiftiging is zeer ongewenst en moet zoveel mogelijk voorkomen worden. De NVPB is altijd voorloper geweest in het doorvoeren van een werkwijze waarin wering en preventie voorop staan. De branche maakt momenteel een belangrijke professionaliseringsslag door en de ontwikkeling van het IPM-protocol voor buitengebruik is daar een onderdeel van.
 
NVPB-leden en ook andere geïnteresseerden zijn in grote getalen gekomen naar de netwerkbijeenkomst. Dit leidde tot levendige discussies in de zaal. Joan Schouten, voorzitter van de Technische Commissie en zeer actief betrokken bij het ontwikkelen van het IPM protocol, deed de aftrap van de bijeenkomst. Hij schetste het verloop van de onderhandelingen met partijen over buitengebruik. Wat nu moet gebeuren is dat een schemabeheerder wordt aangewezen die de certificering voor IPM ontwikkelt en op peil houdt. Daarnaast zullen opleidingsinstituten en exameninstituten de implementatie van een IPM opleiding op grond van het protocol voor hun rekening moeten gaan nemen. Vanuit de overheid namen de ILenT en het Ctgb actief deel aan de discussie. Dankzij de open opstelling van deze partijen kon op veel vragen uit de zaal meteen worden gereageerd. Ook personen werkzaam in de agrarische sector droegen bij aan meer inzicht in de ontwikkelingen in deze sector. Duidelijk werd dat alle aanwezigen in de zaal zeer betrokken zijn bij dit onderwerp.
 
Van den Brink heeft vervolgens een presentatie gehouden over zijn onderzoeksrapport. Hij heeft op twee manieren gegevens verzameld. Ten eerste heeft hij literatuuronderzoek gedaan naar de mate waarin rodenticiden worden aangetroffen in vogels en andere soorten die niet het doelwit zijn van een bestrijding met rodenticiden. Elders in Europa was namelijk al vaker onderzoek naar niet-doelwitsoorten verricht, maar in Nederland nog niet. Dit was aanleiding voor Van den Brink om in Nederland onderzoek te doen. Het eigen onderzoek heeft zich gericht op 30 vogels verzameld tussen 2005 en 2013, omgekomen door een aanrijding in het verkeer, de zogenaamde ‘verkeersslachtoffers’. Het gaat hierbij om dieren die muizen en ratten in het dieet hebben. Een belangrijke conclusie is dat er kleine hoeveelheden rodenticiden zijn aangetroffen in de vogels. De resultaten in Nederland wijken niet erg af van andere landen in Europa.
 
Na afloop van de presentatie over het onderzoek werd een discussie gevoerd met een discussiepanel bestaande uit Van den Brink en verschillende leden uit de Technische Commissie van de NVPB. Ook de zaal nam actief deel aan de discussie. Het kwam duidelijk naar voren dat de NVPB-leden zich jarenlang inzetten voor een deskundig en juist gebruik van middelen en dat dit bijdraagt aan vermindering van doorvergiftiging. De effecten hiervan zijn echter niet inzichtelijk, omdat de monsters uit onderzoek afkomstig zijn uit de periode 2005 - 2013 en rodenticiden ook veel worden gebruikt door andere gebruiksgroepen. Er werd dan ook geconcludeerd dat nader onderzoek nodig is. Op grond hiervan kan meer helderheid worden verschaft over de actuele problematiek op het gebied van doorvergiftiging en kan worden vastgesteld in welke gebieden in Nederland met name doorvergiftiging plaatsvindt. Overigens concludeert Van den Brink in zijn onderzoek ook dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

Na afloop van de netwerkbijeenkomst was er zoals gebruikelijk de gelegenheid om verder te praten met een hapje en een drankje. De NVPB kijkt terug op een bijeenkomst met een goede interactie tussen wetenschap en praktijk, die voor beide kanten nieuwe inzichten heeft opgeleverd.


Nieuwsarchief