NVPB publiceert handboek beheersing rattenpopulaties om gebouwen

28-04-2015
De NVPB heeft een handboek opgesteld voor het beheersen van rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen. Dit handboek is recentelijk goedgekeurd door het Ctgb en de ILenT en is nu door de NVPB gepubliceerd op www.nvpb.org. Hiermee is een belangrijke stap gezet in de verdere professionalisering van het gebruik van rodenticiden. In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond bij de totstandkoming van het handboek en wordt een antwoord gegeven op vragen die leven in het veld.

Achtergrond
Het handboek is ontwikkeld in het kader van de verplichting voor bedrijven om per 1 januari 2017 gecertificeerd te zijn om buiten rodenticiden te mogen gebruiken. Het handboek bevat een eenduidige werkwijze voor het beheersen van rattenpopulaties buiten gebouwen. De beginselen van Integrated Pest Management (IPM) - waarbij monitoring en preventie van plaagdieroverlast centraal staan - zijn hierbij het uitgangspunt. Het handboek stelt ook randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van een bedrijfscertificering en examens. De NVPB roept de opleidings- en exameninstituten op om te starten met de ontwikkeling van de noodzakelijke opleidingen en examens. Daarnaast zal in overleg met andere stakeholders op korte termijn een schemabeheerder moeten worden aangewezen voor de ontwikkeling en implementatie van de bedrijfscertificering.
 
Waarom is er een handboek ontwikkeld?
Ten aanzien van rodenticiden (in het bijzonder de “tweede generatie anticoagulantia”) heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) geoordeeld dat het buiten gebouwen gebruiken van deze middelen voor de beheersing van knaagdieren te hoge risico’s met zich meebrengt. Daarom heeft het Ctgb medio 2014 besloten om het buitengebruik van deze middelen niet langer toe te laten. Hierbij speelde een rol dat de actieve stoffen Persistent, Bio accumulatief en Toxisch (PBT) zijn en dat (door)vergiftiging van niet-doelsoorten en resistentie kan opspelen.
 
De NVPB heeft deze drastische inperking van de toelatingen ter discussie gesteld, omdat het buitengebruik van rodenticiden noodzakelijk is in het kader van een professionele en verantwoorde plaagdierbeheersing. Na uitvoerig overleg met de sector is het Ctgb tot de conclusie gekomen dat het buitengebruik opnieuw kon worden toegelaten, wanneer zou worden geborgd dat het gebruik van rodenticiden wordt geminimaliseerd. Dit zou dan moeten plaatsvinden door het introduceren van een protocol voor het beheersen van plaagdieren buiten gebouwen waarin de IPM-gedachte praktisch wordt uitgewerkt. Het Ctgb heeft met de ILenT een aantal minimumcriteria ontwikkeld waar een dergelijk protocol aan zou moeten voldoen.
 
De beginselen van IPM waren nog niet eenduidig vastgelegd voor plaagdierbeheersing. Derhalve heeft de NVPB initiatief genomen tot de ontwikkeling van een IPM-protocol voor het buitengebruik. Door ontwikkeling van het handboek – waar het IPM-protocol onderdeel van uitmaakt – en de goedkeuring hiervan door het Ctgb en de ILenT is een belangrijke stap gezet in een professionele en praktisch uitvoerbare beheersing van rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen. De volgende stap is dat wordt geborgd dat in de praktijk conform het handboek wordt gewerkt.
 
Hoe nu verder?
Een belangrijke eis van het Ctgb en de ILenT is dat de werkwijze niet alleen wordt beschreven, maar ook in de praktijk op objectieve en onafhankelijke wijze wordt geborgd. Dit moet plaatsvinden door middel van scholing en examinering van gebruikers en certificering van bedrijven.
 
Deze week heeft bijeenkomst plaatsgevonden met de volgende stakeholders: Ministerie van I&M, Ctgb, ILenT, NVPB, KPMB, PLA..N, KAD, EVM, CPMV, SPA Groep, LTO en Bureau Erkenningen. Tijdens het overleg is afgesproken dat de veldpartijen het handboek dat door de NVPB is opgesteld zullen bestuderen. Het uitgangspunt is dat dit handboek door het CPMV, EVM en Bureau Erkenningen zal worden gebruikt voor de ontwikkeling van examens. Daarnaast hebben de partijen de wens uitgesproken dat één onafhankelijke schemabeheerder wordt aangewezen voor het beheer van het handboek. De deelnemers aan de bijeenkomst hebben stichting KPMB het mandaat gegeven om hiervoor de voorbereidingen te treffen. Daarin ligt ook de wens opgesloten van partijen dat de sector zich beperkt tot één handboek dat voor zowel professionele plaagdierbeheersers als voor agrariërs praktisch uitvoerbaar is. Hierover zal nog nader overleg plaatsvinden.
 
Nadat de opleidingen, examens en bedrijfscertificering beschikbaar zijn, zullen de bedrijven in beweging moeten komen die in de toekomst gebruik willen blijven maken van rodenticiden in het kader van de beheersing van rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen. Zij zullen moeten starten met scholen (en examineren) van personeel. Daarnaast zullen zij als bedrijf het certificeringstraject moeten starten. Omdat de scholing van personeel en certificering van bedrijven tijd kost, moeten de ontwikkelingen zich nu snel opvolgen anders zijn de bedrijven niet in staat om in 2017 rodenticiden buiten te gebruiken. 
 
Wat is de huidige stand van zaken?
Het buitengebruik van bepaalde rodenticiden is momenteel toegestaan in het kader van een overgangsregeling. Alleen de rodenticiden waarvoor de toelating officieel is uitgebreid naar ‘in en om gebouwen en voedselopslagplaatsen’ mogen op deze plaatsen worden gebruikt door personen die vakbekwaam zijn. Belangrijke voorwaarde voor het gebruik is dat de gebruiker in lijn met de algemeen bekende beginselen van IPM het betreffende middel toepast. Daarnaast moet het bedrijf waarvoor de gebruiker werkzaam is, zijn aangemeld voor buitengebruik bij het Meld- en Informatiecentrum (MIC) van de ILenT (klik hier voor meer informatie). Wordt niet aan deze eisen voldaan, dan is sprake van een overtreding van het gebruiksvoorschrift en hierop wordt door de ILenT proportioneel gehandhaafd. De overgangsregeling is van toepassing tot 1 januari 2017 en is vastgesteld met het oog op de ontwikkeling van het handboek door de NVPB.
 
Wat verandert er in de praktijk?
Het is een feit dat in aanloop naar 2017 de plaagdierbeheersing in Nederland zal veranderen. Het gebruik van rodenticiden zal aanzienlijk moeten worden beperkt. Dat kan problemen opleveren en daarom is het van belang dat rodenticiden wel in de situaties kunnen worden gebruikt waarin dat noodzakelijk is. Voor bedrijven die momenteel al conform de beginselen IPM handelen, zijn de wijzigingen het minst ingrijpend.
 
Een belangrijk uitgangspunt in het handboek is dat de professional centraal staat. Op basis van opgedane kennis en ervaring moet de professional keuzes kunnen maken om tot de meest verantwoorde plaagdierbeheersing te komen. Het handboek schept daarvoor randvoorwaarden en laat tegelijk voldoende ruimte bestaan voor het vellen van een professioneel oordeel afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Een ander belangrijk element is het uitvoeren van een risico-inventarisatie. Het opstellen van een plan van aanpak moet op de risico-inventarisatie worden gebaseerd. De opdrachtgever is gehouden om aan de uitvoering van het plan van aanpak zijn medewerking te verlenen. Dat betekent dat de professional in zijn werkzaamheden mede afhankelijk is van de opdrachtgever. Als het gaat om de uitvoering van maatregelen staat monitoring en treffen van weringsmaatregelen voorop. Als sprake is van overlast van ratten, dan zal primair moeten worden gestart met een niet-chemische bestrijdingsactie. Als deze actie aantoonbaar niet het gewenste effect heeft of wanneer sprake is van een noodsituatie, zal een chemische bestrijdingsactie kunnen worden gestart waarbij de daarvoor toegelaten rodenticiden onder strikte voorwaarden kunnen worden toegepast. De bestrijdingsacties moeten gericht plaatsvinden en worden gebonden aan een bepaalde termijn en controlefrequentie. Na verloop van een bepaalde termijn en na het uitvoeren van bestrijdingsacties zullen de getroffen maatregelen moeten worden geëvalueerd en – zo nodig – worden aangepast. Evident is dat alle werkzaamheden goed moeten worden geregistreerd.
 
Deze zaken zullen bij velen als bekend in de oren klinken, maar cruciaal is hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan de hiervoor beschreven elementen. Het handboek bevat daarvoor de randvoorwaarden en kan daarbij dus ook worden gezien als hulpmiddel om te komen tot verantwoorde plaagdierbeheersing.
 
Wat is de toekomst?
Het is uniek dat de toelating van rodenticiden afhankelijk wordt gesteld van zelfregulering die voorschrijft en borgt hoe het betreffende middel in de praktijk moet worden toegepast. Alvorens het doel is bereikt is nog een lange weg te gaan, maar het Ctgb heeft al wel aangegeven dat deze methode voor het buitengebruik van rodenticiden mogelijk als voorbeeld zal dienen voor andere sectoren.
Het handboek richt zich momenteel specifiek op de beheersing van rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen, maar veel zaken in het handboek zullen ook breder kunnen worden toegepast, zoals het gebruik van rodenticiden binnen gebouwen. De toekomst zal eerst moeten uitwijzen of deze methode haar daadwerkelijke effect zal bereiken: een verantwoorde plaagdierbeheersing waarbij het gebruik van rodenticiden wordt geminimaliseerd.
 
Hoe zit het met agrariërs?
Het is al jaren zo dat rodenticiden die zijn toegelaten voor ‘professioneel gebruik’ alleen mogen worden gebruikt door personen die beschikken over een geldig vakbekwaamheidsbewijs. Daartoe moet een opleiding worden gevolgd en een examen worden afgelegd bij een erkend exameninstituut. Professionele plaagdierbeheersers beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs.
 
De agrarische ondernemers beschikken veelal over een bewijs van vakbekwaamheid (zogenaamde ‘spuitlicentie’) voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Voor het gebruik van rodenticiden op het eigen agrarische bedrijf geldt tot 1 juli 2015 een vrijstelling. Agrariërs hebben de keuze om een volwaardig vakbekwaamheidsbewijs te behalen gelijk aan dat van professionele plaagdierbeheersers of om een specifiek vakbekwaamheidsbewijs te behalen dat beperkt is tot het toepassen van rodenticiden op eigen bedrijf. Momenteel laten agrariërs zich in groten getale bijscholen voor deze laatste optie. 
 
Specifiek voor het beheersen van rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen zullen dezelfde eisen gaan gelden voor professionele plaagdierbeheersers en agrariërs. Beide groepen moeten in aanvulling op de bestaande vakbekwaamheidseisen met goed gevolg een specifiek examen hebben afgelegd dat ziet op het beheersen van rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen. Daarnaast moet het betreffende bedrijf waar de gebruiker werkzaam is hiervoor gecertificeerd zijn.
 
Als het gaat om de praktische werkwijze kunnen wel verschillen bestaan tussen professionele plaagdierbeheersers en agrariërs, omdat een agrariër uitsluitend op zijn eigen bedrijf rodenticiden zal mogen toepassen en daardoor altijd te maken heeft met één bedrijfstype en niet hoeft samen te werken met een opdrachtgever.



Download het Handboek
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever van dit handboek.

Download een printversie van dit artikel


Nieuwsarchief